Onze gemoedstoestand en onze kijk op de dingen

Oefening 1:     de invloed van onze gemoedstoestand op onze kijk op de dingen

Gebeurtenis 1: Je voelt je rot, omdat je net ruzie hebt gehad met een collega op het werk. Kort daarna zie je een andere collega, maar hij zegt dat hij geen tijd heeft en loopt snel door. Wat denk je dan?

………………………………………………………………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………………………. 

Gebeurtenis 2: Je voelt je blij omdat jij en je collega net complimenten hebben gekregen voor jullie werk. Kort daarna zie je een andere collega, maar hij zegt dat hij geen tijd heeft en loopt snel door. Wat denk je dan?

………………………………………………………………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………………………. ……………………………………………………………………………………………………………………………………….

We hebben twee keer dezelfde objectieve situatie: je ziet een andere collega, die zegt dat hij geen tijd heeft en snel doorloopt. Vergelijk de gedachten en gevoelens die deze beschrijvingen bij je oproepen.

………………………………………………………………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………………………. ……………………………………………………………………………………………………………………………………….

Wat zouden we uit deze oefening kunnen leren?

  • We hebben dus exact dezelfde objectieve situatie: de ander zegt geen tijd te hebben en loopt door. Maar onze voorgaande gemoedstoestand zorgt voor een andere interpretatie en andere reeks van gevoelens bij deze gelijkaardige situatie.
  • Gedachten lijken geloofwaardig, maar als ze worden bepaald door onze gemoedsgesteldheid op dat moment. Als we ons somber of depri voelen, dan lopen we het gevaar gevangen te raken in de negatievere gedachten die deze gemoedstoestand produceert.
  • Bij onze kijk op de wereld, bepaalde situaties, anderen of onszelf moeten ons bewust zijn van het verschil tussen feiten en interpretaties.

Naar de volgende oefening